Een nieuwe praktijkschool voor PRO Grotius, in gesprek met de architect Liesbeth Janson van Studio Huijgens

Foto’s Ralph Kämena, met uitzonder van Maquette, bestaande situatie en foto’s van het ontwerpteam
Voor een architect zijn er een paar publieke opdrachten die heel bijzonder zijn. Eén daarvan, is het ontwerpen van een school. En al helemaal bijzonder wordt het, wanneer het een school betreft waarin de leerlingen voor hun zelfstandig en volwaardig functioneren in de samenleving afhankelijk zijn van de basisvaardigheden die zij op de school meekrijgen. Zo’n school is de praktijkschool van Pro Grotius in Delft. Hoewel het Praktijkonderwijs een reguliere vorm van voortgezet onderwijs is voor leerlingen van 12 tot 18 jaar wordt in het leerprogramma direct aangesloten bij de interesses en de mogelijkheden van de leerlingen. Dat gebeurt, naast de theorie, vooral met praktijkvakken en stages. In 2016 besloot het bestuur van de Praktijkschool Pro Grotius en de Gemeente Delft om de mogelijkheden voor nieuwbouw voor de oude school, toen nog gehuisvest aan de Aart van der Leeuwlaan, te onderzoeken. Een mogelijke locatie werd gevonden op de hoek van de Vulcanusweg en de Isaac da Costalaan. Op deze locatie stonden een leegstaande kleuter- en lagere school, die gebouwd zijn in de jaren zestig en negentig. Waar sloop voor de hand lag, werd gekozen voor een andere, meer avontuurlijke route, namelijk een integratie van de bestaande bouw in het nieuwbouwprogramma van de praktijkschool. In een gesprek met de architect Liesbeth Janson van Studio Huijgens, kijken wij mee in een opmerkelijk avontuur dat op 1 september 2020 resulteerde in een unieke praktijkschool in Delft. Hoe kwam deze opdracht tot stand? Liesbeth Janson: “ik kreeg, via de Stichting Mevrouw Meijer, in het najaar van 2016 een mogelijkheid om deel te nemen aan hun studieopdracht ‘Nieuw leven voor PRO Grotius’. Mevrouw Meijer is al jaren actief met het anders nadenken over hoe wij omgaan met bestaande schoolgebouwen. Te vaak wordt er gekozen om de oude scholen te slopen. Hiermee gaan ook de bijzondere kwaliteiten verloren die deze oudere scholen hebben. Vaak is de overmaat aan ruimte, een van die kwaliteiten die je in een nieuwe school niet terugkrijgt. De vraag is of hergebruik kan. Het mooie van Mevrouw Meijer is, dat zij het denken erover stimuleert door het uitschrijven van studieopdrachten. Langs de lijn van ontwerpend onderzoek moet worden aangetoond of zo’n weg begaanbaar is. Bij onze studieopdracht gaat het ook over twee oude scholen uit de jaren zestig. Zou het mogelijk zijn om deze te behouden, te hergebruiken en dus geïntegreerd op te nemen in de nieuwe praktijkschool? Naast mijn bureau zijn destijds ook de architectenbureaus Superuse Studios en K.A.S. uitgenodigd om deel te nemen aan deze studieopdracht. Ook dat vond ik uitdagend, te weten dat er echt verschillende visies op tafel zouden komen.
2016 – Studiemaquette ‘Nieuw leven voor Pro Grotius’, Studio Huijgens
Tijdens de uitwerking van de studieopdracht is er in een dialoog met leerlingen en team gezocht naar de beste mogelijkheden om op deze plek een inspirerende leeromgeving te maken. Het zijn deze gesprekken die ons behulpzaam zijn geweest bij het uitwerken van ons ontwerp. Ook was er een startdag op de oude praktijkschool georganiseerd om met het team, onderwijs en leerlingen kennis te maken. Hoewel ik als architect een grote vrijheid voelde in de wijze waarop ik om kon gaan met deze ontwerpopgave, heeft het mij heel erg geholpen dat ik op verschillende momenten in workshops aan het team en de leerlingen verslag moest doen over ons ontwerpproces. Juist hierdoor was het gemakkelijker om door te dringen waar een praktijkschool in de kern voor staat, hoe de verschillende functies van de school elkaar kunnen versterken en, niet onbelangrijk, hoe de relatie van de school met de omliggende wijk in het ontwerp kan worden verankerd.” Met welke scholen moest je in je ontwerp rekening houden? Liesbeth Janson: “De locatie van de nieuwe praktijkschool ligt in de wijk Voorhof, dit is een wijk die nog door de architect S.J. van Embden volgens de beginselen van ‘de Functionele Stad’ is ontworpen. Flats met elf verdiepingen en laagbouw er tussendoor. Aanvankelijk is de wijk gebouwd voor middengroepen, maar thans is deze vooral bewoond door bewoners met een laag inkomen en veelal met een migratieachtergrond. Je duikt als architect zo de moderne architectuurgeschiedenis in. Ook zijn beide bestaande scholen echt een tijdsbeeld uit die tijd. Zo is de kleuterschool in 1969, als één van de 6 systeemscholen die voor de wijk Voorhof is gemaakt, ontworpen door de architect L. de Hondt uit ’s-Hertogenbosch. De Mgr. Bekkersbasisschool, na een brand herbouwd 1994, was van de Stichting Laurentius. Ook deze is met een vergelijkbaar bouwsysteem gerealiseerd. Je kent het wel, er zijn er honderden van in Nederland gebouwd, nuchter, zakelijke, laagbouw met veel ramen. Het voordeel van dit bouwsysteem is wel dat de staalconstructie flexibel indeelbaar is. Dus technisch bood ons dat mogelijkheden voor een integratie met het nieuwbouwprogramma van de praktijkschool”. En welke uitdaging gaf de locatie je? Liesbeth Janson: “Ik vond het mooi om te ontdekken dat, hoewel de scholen en het schoolerf er verwaarloosd bij lagen, er heel veel mogelijkheden waren om er iets bijzonders mee te doen. De locatie is mooi en prominent gesitueerd op een hoek in de wijk. En zoals in de zestiger jaren nog gebruikelijk, hadden de scholen een mooie overmaat. Doordat beide scholen op de locatie uitgangspunt zijn, ging het al snel over de vraag hoe, met gebruikmaking van het nieuw toe te voegen programma, te komen tot een samenhangend ontwerp voor de nieuwe praktijkschool.
A: Basisschool (1996), B: Nieuwbouw (2020) en C: Kleuterschool (1969)
Wat ik per se wilde vermijden is, dat er een kloof zou gaan ontstaan tussen de bestaande scholen en het nieuwe gebouw. De vraag was dus hoe? Een andere uitdaging vond ik de amorfe open ruimte om de beide bestaande scholen heen. Hoe kon je met het nieuwe programma ook die ruimte zo structureren, dat de openheid kon worden behouden, maar dat het toch ook identiteit zou gaan krijgen en zelfs ook geborgenheid en intimiteit zou kunnen gaan bieden? Wat wij cadeau kregen, was het gegeven dat de bomen om de locatie inmiddels volwassen waren geworden. Juist ook dat gegeven, kon een onderdeel van ons ontwerp worden.” Wat is voor jou de essentie van je ontwerp? Liesbeth Janson: “Voor mij was de uitdaging om het programma van eisen, de locatie, de bestaande schoolgebouwen, de aanvullende nieuwbouw en de gesprekken tot één harmonisch geheel te brengen. Hoewel er veel ontwerpmogelijkheden waren, stond voor mij direct vast dat een fysieke verbinding tussen beide bestaande schoolgebouwen noodzakelijk was, om tot één optimale school, maar ook tot één beeld van de school te kunnen komen. Dat was nog wel een puzzel, omdat de bestaande gebouwen iets van elkaar gedraaid staan en er in het vloerpeil een hoogteverschil zit van 40 cm. Tegelijkertijd bood dit de mogelijkheid om haaks over beide gebouwen heen een bruggebouw te leggen, dat de beide schoolgebouwen zowel functioneel als qua beeld met elkaar zou verbinden. Met de toevoeging van de brug hecht de praktijkschool zich ook aan de plek en kan het dus ook een sterkere relatie met zijn omgeving aangaan. Bovendien maakt de brug dat de bestaande gebouwen, voortaan als paviljoens, als vanzelfsprekend onderdeel uitmaken van de nieuwe school, zonder hiërarchie tussen oud en nieuw.”   Liesbeth Janson: “Door de brug op stalen kolommen uit te voeren met een lichte vakwerkconstructie, worden de bestaande gebouwconstructies zo min mogelijk belast. Hierdoor ontstond er onder de brug op de begane grond van de school een publieke ruimte van maar liefst 150 m2, die zich ruimtelijk zou verbinden met de vroegere centrale ruimten van de beide bestaande scholen. Eigenlijk is hierdoor binnen de school een publieke ruimte ontstaan. Een plek waar iedereen binnenkomt. Door het verkeer vanuit de verschillende lokalen komt iedereen elkaar tegen. Daarmee wordt de straat ook een echte ontmoetingsplek die je kan vergelijken met een openbaar plein. In sociaal opzicht is het daarmee vergelijkbaar met een stadsstraat, waar je leert om met elkaar rekening te houden. Binnen de school krijgen de twee voormalige schoolgebouwen het karakter van zelfstandige paviljoens, met elk een geheel eigen programmatische identiteit. Zo is de voormalige lagere school nu het bedrijfsverzamelgebouw van de praktijkschool, waar de praktische vakken centraal staan. Terwijl in de voormalige kleuterschool het accent is komen te liggen op de theorie en de kennisvakken. In het ene deel van de school wordt er letterlijk gewerkt met alle dynamiek die dat met zich meebrengt, terwijl aan de andere zijde rust en concentratie overheersen. In de brug zelf konden op de verdiepingen acht nieuwe lokalen, conform Frisse Scholen B, aan de praktijkschool worden toegevoegd. Liesbeth Janson: “Door het nieuwbouwprogramma in de brug op te tillen blijft het terreinoppervlak als beeld vrij. Tegelijkertijd brengt de brug een hele natuurlijke scheiding op het schoolerf aan, tussen openbaar en privaat. Nu is er aan de zijde aan de Vulcanusweg een openbaar schoolerf met de hoofdentree die gasten toegang geeft tot de school. Door de glazen hal onder de brug zie je de andere zijde met het private schoolerf. Aan deze zijde is, verbonden met het schoolplein, de entree van de leerlingen gesitueerd. Hier is ook de rommelschuur en het basketbalveld. En last but not least wordt de open ruimte rondom de school dienstbaar gemaakt aan de openbare functies van de school die een relatie aangaan met de wijk. Zo komt er groen met een boomgaard, een moestuin en een siertuin aan de zuidzijde. Hierin komt een openbaar terras dat is verbonden met de aula en het restaurant. Daar kun je als wijkbewoner koffiedrinken of wat eten. Bij het technieklokaal komt een fietsenreparatiepunt. Alle openbare functies hebben voor de leerlingen binnen het schoolprogramma een inhoudelijke betekenis in het lesprogramma. Tot slot laat de praktijkschool ook zichzelf zien aan de voorbijganger, zo is er naast het groen ook zicht in het fraaie kooklokaal, waar de koks in opleiding achter het fornuis staan.” Liesbeth Janson: “voor mij is dus de brug de essentie van het ontwerp. Met de brug heb ik in het ontwerp een interventie gedaan waardoor zowel de gebouwen als de functies van de school op hun ‘natuurlijke’ plek terecht zijn gekomen. En als architect ben ik er ook trots op dat er geen principieel verschil zit tussen oud en nieuw. Eigenlijk is alles één geheel geworden, waarbij de kwaliteiten van de bestaande gebouwen het nieuwe gebouw hebben verrijkt. En de brug zelf is door zijn centrale ligging, zijn massa en zijn transparantie het trotse boegbeeld, waar de leerlingen bij onze ontmoetingen zo op hadden aangedrongen. Een school ook, die zich van binnen naar de wijk presenteert en die zich ook laat zien aan de wijk. Gewoon een school om trots op te zijn.” Hoezeer spelen materiaalkeuze en kleur in jouw ontwerp een belangrijke rol? Liesbeth Janson: “Een van de uitgangspunten in het ontwerp was om hout toe te passen, op alle plekken waar iets werd vernieuwd of toegevoegd. Hout, vanwege de gevoelswaarde, zachtheid, omdat de doelgroep zich daarbij prettiger en dus thuis zou voelen. Maar ook hout, omdat daarmee een directe relatie met de buitenruimte en het park kon worden gelegd. Het zeer duurzame Accoya hout, was daarvoor naar mijn gevoel het meest passend. Wij hebben het toegepast in de kozijnen, de gevels van het bruggebouw, het buitenlokaal met veranda en de Rommelschuur. Voor de bestaande bouw, die opgetrokken is uit een heel scala aan metselstenen en kleuren hebben wij gekozen voor twee lichte tinten grijs Keimwerk, met een plint die op dezelfde peilhoogte van binnen naar buiten doorloopt, zodat je aan de hoogte kunt zien in welk gebouw je je bevindt.” “Het interieur moest licht, transparant, vrolijk en veilig worden, maar tegelijk ook tegen een stootje kunnen. Hierin is i.s.m. Ariënne Matser van AM Studio met doorzichten, kleuren en tapijtjes van marmoleum een speels effect bereikt. Op een kleurrijke en creatieve manier wordt een verbinding gemaakt met de verschillende gebouwen. De verdere inrichting van school en erf wordt nu in overleg met het team ingevuld.” Hoe kijk je terug op het proces en het eindresultaat? Liesbeth Janson: “Ik blijf het bijzonder vinden dat het begonnen is met de onderzoeksopdracht van de Stichting Mevrouw Meijer. Hierdoor is het mogelijk geworden dat ook andere architectenbureaus die nog nooit een school hebben ontworpen een kans krijgen. Zij worden daarin ook uitgedaagd om naar andere oplossingen te kijken en onze Praktijkschool is daar het positieve resultaat van. Bij de uitwerking van de school heb ik samengewerkt met Olivier van der Bogt van het bureauNZ. Samen hebben wij geknokt om hier echt iets bijzonders te laten ontstaan. En dat is niet eenvoudig geweest. Zo groeide de school tijdens het ontwerpproces van 145 tot 220 leerlingen en onderweg besloot de gemeente dat PRO Grotius de eerste gasloze school in Delft zou worden. En hoewel iedereen van goede wil is, is er bij de bouw van scholen altijd een forse spanning tussen de ambities van de school, de eisen van de gemeente en het beschikbare budget. En dat maakt begrijpelijkerwijs dat het managementbureau Multical sterk moest sturen op het budget. En soms is dat ook ten koste gegaan van de materiaalkeuze en detaillering. Het meest zichtbare voorbeeld is dat de Accoya gevel moest worden ingewisseld voor golfplaat. Dat is jammer. Ook is er hierdoor te weinig aandacht geweest voor de ruimtelijke integratie van de installaties. In het proces van uitvoering was de constructieve opstelling van de aannemer Van Wijnen belangrijk. Vanuit een oprechte betrokkenheid hebben zij op cruciale momenten alternatieven aangereikt, waardoor de kern van ons ontwerp overeind is gebleven.”
Arjan Boot en Olivier van der Bogt (Bureau NZ) en Liesbeth Janson (Projectarchitect Studio Huijgens)
Ariënne Matser (AMstudio), Liesbeth Janson (studio Huijgens) en Gretha te Velde (Te Velde advies)
“Terugkijkend was het – ondanks de gebruikelijke spanningen – geweldig om een praktijkschool te mogen ontwerpen. Ik ben heel trots op het eindresultaat. Het is zo leuk om te zien hoe de schoolleiding en de docenten met plezier hun school in bezit nemen. Ook bij de voorbezichtiging zag ik de trots bij de leerlingen over hun nieuwe school. En daar doe je het voor. Als architect op deze wijze een bijdrage te kunnen leveren aan het geluk van deze scholieren maakt ons vak bijzonder.” Den Haag, 01-09-2020  

Projectgegevens Nieuw leven in pro Grotius

Project: Transformatie bestaande scholen tot nieuwe Praktijkschool Opdrachtgever: Gemeente Delft en het Grotius College Architect: Studio Huijgens  Ontwerpteam: Liesbeth Janson (projectarchitect Studio Huijgens), Mojdeh Amiri (assistent- ontwerper), i.s.m. Olivier van der Bogt en Arjan Boot (BureauNZ), Ariënne Matser (AMstudio) en Gretha te Velde (Te Velde advies) BVO: Oppervlakte: 2.750 m2 Stichtingskosten: 5,5 miljoen exclusief btw Aannemer: Van Wijnen, Stolwijk Ingebruikname: September 2020